|
Ras standaard F C I 330 |

FÉDÉRATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE
SECRÉTARIAT
GÉNÉRAL : 13, Place Albert I
B 6530 THUIN (Belg.)
===========================
ROOD-WIT IERSE SETTER
(Irish Red & White Setter)
DATUM VAN PUBLIKATIE VAN DE ORIGINELE GELDIGE
STANDAARD : 19.04.2005.
Groep
7: Voorstaande honden
Sectie 2:
Britse
en Ierse Pointers en Setters.
Met
jachtproef.
De Ierse Setter ontstond waarschijnlijk aan het einde van de 17de eeuw. Buiten Ierland is het niet erg bekend dat er twee Ierse Setter rassen bestaan,maar het is zo goed als zeker dat de Rood–Witte Ierse Setter de oudste van de twee is en dat de zuiver rode kleur ontstond door verstandige selectieve fokkerij. Toen Ierse Setters op de tentoonstellingen verschenen, in het begin van de tweede helft van de 19de eeuw, ontstond er nogal verwarring over hun juiste kleur.. Tegen het einde van de 19de eeuw hadden de Rode Ierse Setters de Rood–Witte praktisch geheel verdrongen, waardoor deze laatste zo zeldzaam werden dat men dacht dat ze uitgestorven waren. In de jaren 1920 deed men pogingen het ras nieuw leven in te blazen.
In 1944 had het zich zodanig hersteld,dat er een eigenrasvereniging werd opgericht. Tegenwoordig ziet men de Rood–Witte Ierse Setter ook veelvuldig op de Ierse tentoonstellingen en jachtwedstrijden. De tegenwoordige Rasclub ‘The Irish Red & White Setter Field & Show Society’ werd in 1981 opgericht, en dankzij zijn niet aflatende inzet en onder zijn toezicht is het ras nu nationaal en internationaal gevestigd. De Rood–Witte Ierse Setter neemt met succes deel aan jachtwedstrijden tegen andere voorstaande rassen, en er zijn nu een redelijk aantal veld– en schoonheidskampioenen.
Sterk en krachtig , goed in verhouding en zonder lompheid; eerder atletisch dan racy. De Rood–Wit Ierse Setter is in de eerste plaats voor de jacht gefokt en moet vooral vanuit gebruiksoogpunt beoordeeld worden.
Aristocratisch, levendig en intelligent. Vertoont een blije, vriendelijke aard, waarachter een opmerkelijke vastberadenheid, moed en groot doorzicht schuilgaat. De Rood–Witte Setter is een zeer vriendelijke, gehoorzame en gemakkelijk af te richten jachthond.
HOOFD : Breed in verhouding tot het lichaam.
Schedel : Gewelfd zonder de achterhoofdsknobbel te tonen, zoals bij de Rode Ierse Setter.
Stop
: Goede stop.
Voorsnuit: Droog en vierkant.
Kaken : Kaken van gelijke of bijna gelijke lengte.
Tanden : Regelmatige tanden, schaargebit is ideaal; tanggebit aanvaardbaar.
Ogen : Donker hazelnoot kleurig of donkerbruin, ovaal, goed zichtbaar en zonder open onderooglid.
Oren : Ingeplant op ooghoogte, goed achterwaarts geplaatst en tegen het hoofd liggend.
Rug : Zeer gespierd en krachtig.
Borst : Diep met goed gewelfde ribben.
STAART : Middelmatige lengte, niet voorbij het spronggewricht reikend; sterk aan de aanzet. Geleidelijk in een fijne punt toelopend; zonder enig teken van buiging op één lijn met de rug of eronder gedragen.
LEDEMATEN
:
Benen goed gespierd en pezig, sterk bot.
Schouders : Goed naar achteren geplaatst.
Ellebogen : Vrij, noch naar binnen, noch naar buiten gedraaid.
Voorbenen : Recht en pezig, sterk bot.
Middenvoet
: Sterk.
Achterhand :
Breed en krachtig. Achterbenen van heup tot sprong lang en gespierd.
Kniegewricht : Goed gebogen.
Sprong : Recht naar beneden, noch naar binnen noch naar buiten gedraaid. Van hak tot hiel middelmatig lang en sterk.
Voeten : Gesloten, met ruime beharing tussen de tenen.
GANGWERK : In een draf goed uitgrijpend , zeer levendig, sierlijk en efficiënt. Het hoofd wordt hoog gedragen, de achterhand beweegt moeiteloos en met veel stuwkracht. Voorbenen grijpen goed uit en blijven laag bij de grond. Voorbenen, en achterbenen vanaf het spronggewricht, bewegen recht naar de grond, géén kruisen of maaien in voor- en achterhand.
Haar : Lang, zijdeachtig fijn haar, “bevedering” genoemd, aan de achterzijde van de voor– en achterbenen en aan de buitenzijde van de oorschelp, ook een aanzienlijke hoeveelheid aan de zijden, zich uitbreidend naar borst en keel en franje vormend. Alle bevedering recht, vlak en zonder krullen, maar een lichte golving is toegestaan. De staart moet goed bevederd zijn. Op alle andere delen van het lichaam moet het haar kort zijn, vlak en vrij van krullen.
Kleur : De basiskleur wit met stevige rode platen ( goed afgetekende eilanden van rode kleur ) ; beide kleuren moeten een maximum van levendigheid en fleurigheid vertonen; gevlekt, maar niet bontgekleurd rondom de snuit, op de voeten, het onderbeen tot de elleboog, het achterbeen tot de sprong. Bontkleurig, gevlekt en gespikkeld op elk ander deel van het lichaam is verwerpelijk.
Gewenste schouderhoogte : Reuen : 62 – 66 cm ( 24.5 – 26 ins ).
Teven : 57 – 61 cm ( 22.5 – 24 ins ).
FOUTEN : Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
· Agressief of angstig gedrag
· Reuen die duidelijk geen twee normaal ontwikkelde testikels hebben
· Niettegenstaande gevlekt, maar niet bontgekleurd rondom de snuit, op de voeten en het onderbeen tot de elleboog en het achterbeen tot de sprong is toegestaan : zichtbaar en overdreven bontgekleurd, gevlekt en gespikkeld op elk ander onderdeel van het lichaam is een eliminerende fout.
Elke hond die duidelijk physische of gedragsabnormaliteiten vertoont moet gedisqualificeerd worden.
